Box 3 op de schop: belasting op werkelijk rendement vanaf 2028
Wat de invoering van werkelijk rendement in box 3 betekent voor jouw vermogen en financiële toekomst.
Wet werkelijk rendement box 3 (2026) aangenomen: dit betekent box 3 vanaf 2028
Wat verandert er door de Wet werkelijk rendement box 3 (2026) en wat betekent dit voor jouw spaargeld, beleggingen en pensioenplanning?
De belasting op vermogen gaat ingrijpend veranderen. Op 12 februari 2026 heeft de Tweede Kamer ingestemd met de Wet werkelijk rendement box 3 (2026). Met deze wet wil het kabinet het huidige box 3-stelsel vervangen door een systeem waarbij niet langer wordt uitgegaan van een fictief rendement, maar van het werkelijke rendement dat jij behaalt op jouw vermogen. Als ook de Eerste Kamer instemt, treedt de wet naar verwachting op 1 januari 2028 in werking.
Wat is box 3 en hoe werkt het huidige systeem?
Box 3 is het onderdeel van de inkomstenbelasting waarin jouw vermogen wordt belast. Het gaat om spaargeld, beleggingen, cryptovaluta en bijvoorbeeld een tweede woning. Je betaalt belasting over het vermogen dat boven de vrijstelling uitkomt.
Tot en met 2027 werkt box 3 met een forfaitair rendement. Dat betekent dat de Belastingdienst uitgaat van vaste percentages die je geacht wordt te verdienen op spaargeld en beleggingen. Of je dat rendement daadwerkelijk hebt behaald, speelt in het huidige systeem slechts beperkt een rol.
Waarom moest box 3 veranderen?
De discussie over box 3 speelt al jaren. Vooral spaarders betaalden belasting over een verondersteld rendement dat zij in werkelijkheid niet haalden.
Op 24 december 2021 oordeelde de Hoge Raad dat het box 3-stelsel in strijd kan zijn met het eigendomsrecht als het fictieve rendement hoger is dan het werkelijke rendement. Sinds dat arrest is de overheid verplicht om herstel te bieden en te werken aan een nieuw systeem dat beter aansluit bij de werkelijkheid.
Wat houdt de Wet werkelijk rendement box 3 (2026) precies in?
De Wet werkelijk rendement box 3 (2026) zorgt ervoor dat je vanaf 2028 belasting gaat betalen over het rendement dat je daadwerkelijk hebt behaald op jouw vermogen. Het huidige systeem met vaste, verzonnen percentages verdwijnt.
In de praktijk betekent dit dat de Belastingdienst kijkt naar wat jouw vermogen in een jaar echt heeft opgeleverd. Dat kan bestaan uit:
– rente op spaargeld
– dividend op aandelen
– huurinkomsten uit een tweede woning
– waardestijging van beleggingen
Voor veel beleggingen geldt straks dat de jaarlijkse waardestijging meetelt, ook als je nog niet hebt verkocht. Dit heet een belasting op vermogensaanwas. Je hoeft dus niet eerst winst te nemen voordat deze wordt belast.
Voor sommige bezittingen, zoals onroerend goed of bepaalde aandelenbelangen, kan een andere methode gelden waarbij pas wordt afgerekend bij verkoop. Dit heet vermogenswinstbelasting. De precieze regels worden vastgelegd in nadere uitvoeringsregels.
Daarnaast komt er een heffingsvrij resultaat. Dat betekent dat een deel van het rendement niet wordt belast. Pas daarboven betaal je belasting.
Het doel van de wet is om het systeem eerlijker te maken en beter te laten aansluiten bij de werkelijke situatie van spaarders en beleggers.
Wat verandert er concreet in box 3 vanaf 2028?
Als de Eerste Kamer instemt, verandert box 3 per 1 januari 2028 op de volgende punten:
- Het fictieve rendement verdwijnt.
- Het werkelijke rendement wordt de basis voor belastingheffing.
- Waardestijgingen van beleggingen kunnen jaarlijks belast worden, ook zonder verkoop.
- De administratie rondom vermogen wordt belangrijker.
De exacte uitvoeringsregels worden vastgelegd in nadere regelgeving van de Belastingdienst.
Dit zeggen relaties over ons
Waarom is er zoveel discussie over belasting op werkelijk rendement?
De kern van de discussie zit in de belasting over niet-gerealiseerde winst.
Stel dat jouw aandelen in een jaar € 10.000 stijgen in waarde, maar je verkoopt ze niet. In het nieuwe systeem kan deze waardestijging toch meetellen voor de belasting.
Critici vinden dat je dan belasting betaalt over winst die je nog niet daadwerkelijk hebt ontvangen. Voorstanders stellen dat dit eerlijker is dan werken met vaste percentages die niets zeggen over jouw werkelijke situatie.
Daarnaast wordt gewezen op de uitvoerbaarheid en de administratieve lasten voor zowel belastingplichtigen als de Belastingdienst.
Wat betekent de nieuwe wet voor spaarders en beleggers?
De gevolgen verschillen per situatie:
Heb je vooral spaargeld? Dan kan het nieuwe systeem gunstiger uitpakken als jouw rente lager is dan het oude forfaitaire percentage.
Beleg je actief? Dan kun je jaarlijks belasting verschuldigd zijn over koerswinsten, ook als je niet verkoopt.
Heb je een tweede woning? Dan kunnen andere regels gelden rondom waardestijging en verkoopmoment.
Voor grotere vermogens wordt het bijhouden van rendement en waardemutaties belangrijker dan onder het oude systeem.
Waarom is box 3 belangrijk voor jouw pensioenplanning?
Veel mensen bouwen vermogen op naast hun pensioen. Bijvoorbeeld via beleggingen of extra spaargeld. Dat vermogen wordt belast in box 3.
Als de belastingheffing verandert, kan dat invloed hebben op:
– het netto rendement dat je overhoudt
– de snelheid waarmee jouw vermogen groeit
– de vraag of je eerder of later financieel onafhankelijk bent
De Wet werkelijk rendement box 3 (2026) maakt het daarom belangrijk om niet alleen naar bruto rendement te kijken, maar ook naar het fiscale effect op lange termijn.
Conclusie: Wet werkelijk rendement box 3 (2026) verandert vermogensbelasting fundamenteel
Met de aanname van de Wet werkelijk rendement box 3 (2026) zet de overheid een grote stap richting belastingheffing op basis van daadwerkelijk behaalde rendementen. Het fictieve systeem verdwijnt naar verwachting per 1 januari 2028.
Of het nieuwe systeem eerlijker en eenvoudiger is, zal in de praktijk moeten blijken. Duidelijk is wel dat box 3 vanaf 2028 een andere impact krijgt op spaarders, beleggers en iedereen die vermogen opbouwt naast zijn pensioen.