Pensioen regelen

Pensioenadvies

Muriël Knippers
Muriël Knippers
6 maanden geleden

We zochten een onafhankelijk adviseur voor pensioenen. Op basis van de reviews kwamen we uit bij Pensioenvizier. De belofte dat er snel contact opgenomen zou worden klopte en hadden snel een afspraak via teams. Marcel legde goed uit wat hij voor ons kon betekenen en wat de kosten zijn. Na aanlevering van alle benodigde informatie kwam er een vervolg afspraak, ditmaal op kantoor. Er werd de tijd genomen om alles goed toe te lichten en al onze vragen te beantwoorden. We zijn zeer tevreden met de service en Marcel staat voor je klaar met advies. We zullen zeker gebruik maken van de online tools waartoe we toegang toe hebben. Mochten er nog vragen zijn dan kunnen we nog steeds bij Marcel terecht en dat is prettig. Kortom voor professioneel advies en goede uitleg ben je bij Pensioenvizier aan het juiste adres.

Menno Ansink
Menno Ansink
een maand geleden

Het was een goede beslissing om onze financiën eens goed onder de loep te houden want het geeft meer rust als je weet hoe je er voor staat voor nu en in de toekomst. PensioenVizier geeft ons een goed beeld dankzij prima, onafhankelijk advies en toegang tot software waarin de gevolgen voor verschillende scenarios in je leven kunnen worden ingegeven.

Bekijk alle reviews

Kennisbank

Contact

Sneek Oude Oppenhuizerweg 83,
8606 JC Sneek
Schinveld Bouwbergstraat 102,
6451 GR Schinveld
Amsterdam Cannenburg 43,
1081 GW Amsterdam

Bouwondernemers willen al op hun 63ste stoppen – terwijl de AOW pas op 67 ingaat

Zelfstandige ondernemers in de bouw willen gemiddeld op 63,8 jaar stoppen met werken. Dat is bijna 3,5 jaar vóór de AOW-leeftijd. In de landbouw juist het omgekeerde verhaal: boeren willen door tot 68,3 jaar, ruim na de AOW. Dat blijkt uit een analyse door PensioenVizier van de Zelfstandigen Enquête Arbeid 2025 van CBS en TNO. Achter het landelijk gemiddelde (willen op 65,8 jaar, financieel kunnen op 64,5 jaar) gaan grote sectorverschillen schuil.

De gemiddelde ondernemer in drie cijfers

65,8 jr
Leeftijd waarop ondernemers gemiddeld willen stoppen
67,2 jr
Leeftijd waarop ze geestelijk/lichamelijk denken te kunnen doorwerken
64,5 jr
Leeftijd waarop ze pas financieel kunnen stoppen

Wat zegt de data

De Zelfstandigen Enquête Arbeid (ZEA) wordt sinds 2015 elke twee jaar uitgevoerd door TNO en CBS in opdracht van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. In de meting van 2025 vulden ruim 6.000 zelfstandige ondernemers de vragenlijst in. Aan hen werd onder meer gevraagd tot welke leeftijd ze willen, kunnen en financieel zouden kunnen stoppen met werken.

Op landelijk niveau valt het verschil tussen die drie leeftijden meteen op. De gemiddelde ondernemer denkt geestelijk en lichamelijk nog tot 67,2 jaar door te kunnen, maar wil eigenlijk al op 65,8 jaar stoppen — anderhalf jaar eerder dan zijn lichaam dat zou toestaan. De financiële realiteit ligt nog weer een paar maanden lager: pas op 64,5 jaar denkt de gemiddelde ondernemer het zonder bedrijfsinkomen vol te kunnen houden. Wie op 64,5 financieel klaar is, kan er dus voor kiezen om door te werken tot 65,8 of zelfs 67 — of juist eerder te stoppen. De spannende cijfers zitten in de sectoren waar die ruimte er niet is.

Achter dat landelijk gemiddelde zitten zeven sectoren met heel verschillende verhalen. In de bouw eindigt de hele cyclus al rond de 63 jaar. In de landbouw rekt hij door tot bijna 68. En in de recreatie zit een groep ondernemers die juist moet doorwerken, terwijl ze willen stoppen.

ZEA 2025

Zelfstandigen willen eerder stoppen dan de AOW toelaat

Doorwerkleeftijden van zelfstandige ondernemers naar sector (2025)

Financieel kan stoppen
Wil doorwerken tot
Lichamelijk kan doorwerken
AOW-leeftijd (67)
Opvallend. In de bouw willen zelfstandigen al rond hun 63,8e stoppen — ruim drie jaar vóór de AOW-leeftijd. Lichamelijk houden ze het ook niet veel langer vol (64,1). De financiële ruimte is er nét. Voor andere sectoren ligt de gewenste stopleeftijd dichter bij of voorbij de AOW.
Bron. Zelfstandigen Enquête Arbeid (ZEA) 2025, CBS/TNO in opdracht van Min. SZW. Veldwerk Q1 2025. Leeftijden in jaren, gewogen gemiddelden per sector.

Bouw: jongste stop, dichtste op de financiële grens

In de bouw willen ondernemers gemiddeld stoppen op 63,8 jaar — de laagste score van alle sectoren. Ze denken het werk ook maar tot 64,1 jaar lichamelijk en geestelijk vol te houden, eveneens de laagste score. En het derde cijfer ligt nóg een stap lager: financieel kunnen ze pas op 63,6 jaar stoppen.

Bij de gemiddelde Nederlandse ondernemer zit tussen zijn financiële stop-leeftijd (64,5) en zijn gewenste stop-leeftijd (65,8) ruim een jaar speelruimte. In de bouw is die ruimte er nauwelijks: 0,2 jaar tussen “wil stoppen” en “kan financieel stoppen”. Wie nog tegelt of metselt rond zijn 60ste, heeft geen comfortabele financiële buffer. Tegelijk ligt de AOW-leeftijd op 67 jaar, bijna 3,5 jaar later dan deze ondernemers willen stoppen.

Landbouw: grootste mismatch, maar de andere kant op

In de landbouw is het verhaal precies omgedraaid. Boeren willen gemiddeld doorwerken tot 68,3 jaar — meer dan vier jaar voorbij hun financiële stop-leeftijd van 63,9. Ze kunnen het ook fysiek: tot 68,2 jaar. Dat geeft een mismatch van +4,4 jaar tussen “willen” en “financieel kunnen stoppen” — veruit de grootste van alle sectoren. Boeren werken dus jaren langer door dan ze zouden hoeven. Een sector waar het bedrijf vaak een familie- en levensproject is, en stoppen geen vanzelfsprekendheid.

Recreatie en overige diensten: de echte doorwerkdwang

In recreatie en de groep overige diensten (cultuur, sport, persoonlijke dienstverlening) zit het pijnlijkste verhaal van de hele dataset. Ondernemers in deze sectoren willen gemiddeld stoppen op 66,7 jaar, maar kunnen financieel pas op 67,1 jaar — een half jaar later. Dit zijn de enige sectoren waar ondernemers gemiddeld langer door moeten werken dan ze willen. Geen passieboeren of doorwerkende vakmensen; gewoon ondernemers met te weinig financiële buffer.

Drie patronen die opvallen

De zwaarte van het werk bepaalt de stop-leeftijd

Bouwondernemers willen op 63,8 jaar stoppen en kunnen het ook lichamelijk maar tot 64,1 jaar. In de zakelijke dienstverlening — kantoorwerk, advies, consultancy — kunnen ondernemers door tot 68,9 jaar. Tussen die twee uitersten zit ruim vijf jaar verschil. 73% van de bouwondernemers heeft fysiek belastend werk (CBS/TNO, ZEA 2025 hoofdstuk 5); in de zakelijke dienstverlening is dat slechts 23%.

De grootste mismatch zit niet waar je hem verwacht: in de landbouw

Boeren willen 4,4 jaar langer doorwerken dan ze financieel hoeven (willen 68,3 / financieel kunnen op 63,9). Ze stoppen niet omdat ze niet willen, niet omdat hun lichaam zegt dat het moet. De passie en de gehechtheid aan het bedrijf wegen vaak zwaarder dan financiële rationaliteit.

Recreatie en overige diensten zijn de enige sectoren waar ondernemers moeten doorwerken. 

Hier willen ondernemers stoppen op 66,7 jaar, maar kunnen ze financieel pas op 67,1. Een mismatch van min een half jaar. Geen luxe-positie zoals in de landbouw, maar precies omgekeerd: de financiële realiteit dwingt door te werken voorbij het punt waarop iemand wilde stoppen.

Waarom dit ertoe doet

De Nederlandse AOW-leeftijd ligt op 67 jaar en zal in 2028 stijgen naar 67 jaar en 3 maanden. Voor de gemiddelde werknemer is dat het ankerpunt — pensioen op 67. Voor ondernemers werkt het anders: zij zijn zelf verantwoordelijk voor hun pensioenopbouw, en hun bedrijf is vaak hun belangrijkste vermogensbron. Dat betekent dat de stop-leeftijd niet aan de AOW vasthangt, maar aan wat er privé en zakelijk is opgebouwd.

De ZEA-cijfers laten zien dat dit gat niet voor iedereen even groot is. Een bouwondernemer staat voor een gat van 3,4 jaar tussen “wil stoppen” en AOW. Een boer met 68,3 als gewenste stop-leeftijd zit juist na de AOW-leeftijd. En een ondernemer in de recreatie kan financieel pas op 67,1 stoppen — wat in een doorgewerkt jaar méér is dan een Nederlandse werknemer gemiddeld doorwerkt. Drie totaal verschillende pensioenrealiteiten in dezelfde dataset.

Een pensioenstrategie die past bij je branche is daarom minstens zo belangrijk als één die past bij je leeftijd.

Over dit onderzoek

Bron: Zelfstandigen Enquête Arbeid 2025 (ZEA 2025), uitgevoerd door TNO en CBS in opdracht van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Veldwerk eerste kwartaal 2025, gepubliceerd 3 juli 2025. Bruikbare respons: 6.184 zelfstandige ondernemers (ruim 5.000 zzp’ers en bijna 1.000 ondernemers met personeel). De resultaten zijn gewogen op leeftijd, geslacht, herkomst, regio, type huishouden, bedrijfstak en huishoudinkomen.

Hoe te lezen: “Willen doorwerken tot” is de leeftijd waarop de ondernemer zelf zou willen stoppen. “Kunnen tot” is de leeftijd waarop de ondernemer denkt het werk fysiek en mentaal nog vol te kunnen houden. “Financieel kunnen stoppen op” is de leeftijd waarop de ondernemer denkt het zonder bedrijfsinkomen vol te kunnen houden.

Bronnen: ZEA 2025 – Resultaten in vogelvlucht (PDF) · StatLine ZEA-tabellen · TNO Monitor Arbeid

Citeren als: PensioenVizier (2026), op basis van ZEA 2025 (CBS/TNO).

Veelgestelde vragen

Wat is de ZEA precies?

De Zelfstandigen Enquête Arbeid is een tweejaarlijks onderzoek van TNO en CBS, in opdracht van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Het brengt de arbeidssituatie van zelfstandige ondernemers in Nederland in kaart: werkdruk, gezondheid, AOV-dekking, pensioenvoorzieningen en — voor dit onderzoek relevant — de drie zelfvoorspelde stop-leeftijden. De ZEA bestaat sinds 2015, de zesde meting (2025) is in juli 2025 gepubliceerd.

Waarom wijken deze cijfers af van de officiële pensioenleeftijd van werknemers?

Werknemers gingen in 2025 gemiddeld op 66 jaar en 4 maanden met pensioen (CBS, april 2026). Zelfstandigen gingen in 2023 gemiddeld op 68 jaar en 9 maanden met pensioen — bijna drie jaar later. De ZEA-cijfers in dit onderzoek gaan over wat ondernemers nu verwachten voor zichzelf, niet over wanneer ze daadwerkelijk zijn gestopt. Voor iemand die nu 50 is ligt de gemiddelde verwachte stop-leeftijd op andere plekken dan voor wie gisteren is gestopt.

Wat is het verschil met de AOW-leeftijd?

De AOW-leeftijd is een wettelijk vastgestelde leeftijd waarop iedere Nederlander de basis-ouderdomsuitkering ontvangt. In 2025, 2026 en 2027 ligt die op 67 jaar; in 2028 stijgt deze naar 67 jaar en 3 maanden. De pensioenleeftijd is iets anders: dat is de leeftijd waarop je daadwerkelijk stopt met werken. Veel werknemers stoppen voor de AOW-leeftijd; veel zelfstandigen werken juist nog door na de AOW-leeftijd.

Geldt dit onderzoek ook voor DGA’s?

Nee. De ZEA-doelgroep bestaat uit zelfstandige ondernemers die winstaangifte doen voor de inkomstenbelasting. DGA’s (directeur-grootaandeelhouders) doen aangifte voor de vennootschapsbelasting en vallen buiten de scope. Voor DGA’s gelden andere pensioenregels en andere uitdagingen — zoals het afgeschafte pensioen in eigen beheer.

Wat zou een ondernemer in de bouw nu moeten doen?

De cijfers laten zien dat de financiële stop-leeftijd in deze sector aanzienlijk later ligt dan de fysieke stop-leeftijd. Voor een bouwondernemer is het daarom zinvol om eerder dan de gemiddelde Nederlander grip op pensioenopbouw te hebben — bijvoorbeeld via lijfrente, banksparen of beleggingsrekening voor de derde pijler. Wat het precies moet zijn, hangt af van leeftijd, bedrijfswinst, eventuele opbouw via een eerdere baan en de persoonlijke wens om al rond de 63 te willen stoppen. PensioenVizier rekent dit kosteloos in een kennismakingsgesprek door.

Onderzoek samengesteld door PensioenVizier op basis van openbare CBS- en TNO-gegevens. Cijfers per peildatum eerste kwartaal 2025. Persvragen: info@pensioenvizier.nl