Recht op nabestaandenpensioen ontstaat wanneer een deelnemer aan een pensioenregeling overlijdt. De partner ontvangt in de meeste regelingen partnerpensioen. Deze uitkering loopt vaak levenslang door en biedt financiële ondersteuning na het overlijden. De hoogte van het partnerpensioen hangt af van de afspraken binnen de pensioenregeling en van het salaris dat de deelnemer verdiende. Ook kinderen kunnen recht hebben op wezenpensioen. Onder de nieuwe pensioenregels ontvangen kinderen meestal een wezenpensioen tot een leeftijd van 25 jaar. Pensioenfondsen en verzekeraars bepalen zelf de exacte voorwaarden, de hoogte van de uitkering en de duur van het nabestaandenpensioen. Daardoor kunnen pensioenregelingen onderling van elkaar verschillen.
In veel pensioenregelingen verzekeren werkgevers het nabestaandenpensioen op risicobasis. Dat betekent dat de dekking stopt zodra je uit dienst gaat bij de werkgever. Wanneer je daarna overlijdt, ontvangt je partner of gezin in de meeste gevallen geen uitkering meer vanuit die regeling. Veel werknemers zijn zich daar onvoldoende van bewust. Daarom is het belangrijk om bij een baanwisseling niet alleen naar salaris en pensioenopbouw te kijken, maar ook naar de dekking van het nabestaandenpensioen. Een nieuwe werkgever kan namelijk andere voorwaarden hanteren. Door hier tijdig inzicht in te krijgen, voorkom je dat je partner of gezin onverwacht zonder financiële bescherming achterblijft bij overlijden.
Bij een scheiding blijft het partnerpensioen dat tijdens het huwelijk is opgebouwd meestal gereserveerd voor de ex-partner. Dit noemt men bijzonder partnerpensioen. De ex-partner behoudt dit recht ook wanneer je later opnieuw trouwt of een nieuwe relatie krijgt. Veel mensen realiseren zich niet dat dit gevolgen kan hebben voor een toekomstige partner en de hoogte van het nabestaandenpensioen. Daarom is het belangrijk om tijdens een scheiding duidelijke afspraken te maken over de pensioenverdeling en deze goed vast te leggen. Een correcte vastlegging voorkomt discussies en onduidelijkheid in de toekomst en zorgt ervoor dat beide partners weten waar zij financieel aan toe zijn.
De nieuwe pensioenwet zorgt ervoor dat veel regelingen worden omgezet naar een systeem met een persoonlijk pensioenvermogen. Bij pensioenfondsen vervalt de vaste pensioentoezegging. In plaats daarvan bouw je een individueel vermogen op waarmee later pensioen wordt aangekocht. Dat betekent meer inzicht, maar ook meer afhankelijkheid van beleggingsresultaten. Voor werknemers met een beschikbare premieregeling verandert minder, behalve dat het nabestaandenpensioen voortaan een percentage van het salaris wordt en niet meer afhankelijk is van het aantal dienstjaren.
In de meeste gevallen hoef je zelf niets actief te regelen wanneer jouw pensioenregeling overgaat naar het nieuwe pensioenstelsel. Pensioenuitvoerders zetten bestaande pensioenregelingen automatisch om volgens de regels van de Wet toekomst pensioenen. Je pensioenuitvoerder of pensioenfonds informeert je hierover en legt uit welke veranderingen voor jouw situatie gelden.
Het blijft wel belangrijk om deze informatie goed door te lezen. De overgang naar het nieuwe systeem kan invloed hebben op de manier waarop je pensioen opbouwt, de verwachte pensioenuitkering en de risico’s binnen de regeling. Ook persoonlijke keuzes en omstandigheden kunnen invloed hebben op je uiteindelijke pensioeninkomen. Door je pensioenregeling regelmatig te controleren, houd je grip op je financiële toekomst.
Met de invoering van het nieuwe pensioenstelsel verschuift een groter deel van het beleggingsrisico naar de werknemer. De hoogte van je pensioen hangt daardoor sterker af van rendementen en ontwikkelingen op de financiële markten. Goede beleggingsresultaten kunnen zorgen voor een hogere pensioenuitkering, terwijl tegenvallende rendementen juist kunnen leiden tot een lager pensioen.
De pensioenregeling blijft de risico’s rondom overlijden en arbeidsongeschiktheid in de meeste gevallen collectief opvangen. Voorzieningen zoals partnerpensioen, wezenpensioen en premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid blijven daardoor meestal onderdeel van de regeling. Hierdoor behouden werknemers op deze onderdelen gezamenlijke bescherming.
Je AOW gaat in op de wettelijke AOW-leeftijd. Die kun je niet vervroegen. Je aanvullend pensioen kun je vaak wel eerder laten ingaan, bijvoorbeeld één of twee jaar voor je AOW. Je ontvangt dan eerder uitkering, maar het maandbedrag wordt lager. Je mag ook langer doorwerken en je pensioen later laten ingaan. Dat zorgt meestal voor een hogere uitkering. De juiste keuze hangt af van je gezondheid, je financiële situatie en je persoonlijke wensen.
Als je eerder stopt met werken en je pensioen vervroegt, wordt het maandelijkse bedrag lager omdat het langer moet worden uitgekeerd. Een algemene vuistregel is dat elk jaar eerder stoppen ongeveer acht procent aan pensioen kan kosten. Deeltijdpensioen is een mogelijkheid om geleidelijk af te bouwen. Je gaat dan bijvoorbeeld minder dagen per week werken en laat een deel van je pensioen alvast uitkeren. Dit moet wel passen binnen de regels van je pensioenregeling en in overleg met je werkgever.
Bij een vaste uitkering ontvang je elke maand een vast bedrag. Dat geeft zekerheid en stabiliteit. Bij een variabele uitkering blijft het pensioenvermogen deels belegd na je pensioendatum. Gaat het goed op de financiële markten, dan kan je uitkering stijgen. Gaat het minder goed, dan kan deze dalen. Op lange termijn is het verwachte rendement bij beleggen hoger, maar er zijn geen garanties.
Dat hangt af van het type regeling. Bij veel pensioenfondsen heb je weinig individuele keuze. De regeling ligt vast en de beleggingen worden collectief geregeld. Bij een beschikbare premieregeling via een verzekeraar of PPI kun je vaak wel kiezen. Je kiest dan bijvoorbeeld voor een defensieve, neutrale of offensieve beleggingsstrategie. Een offensieve keuze kan op lange termijn meer opleveren, maar kent grotere schommelingen. Een defensieve keuze geeft meer stabiliteit, maar vaak een lager verwacht rendement. Het is belangrijk dat de keuze past bij je leeftijd, je financiële situatie en je risicobereidheid. In veel regelingen kun je ook vrijwillig extra premie inleggen om meer pensioen op te bouwen.
Als je werkgever een pensioenregeling aanbiedt, ben je meestal verplicht om deel te nemen. Pensioen is namelijk onderdeel van de arbeidsvoorwaarden. Je kunt de premie daarom doorgaans niet zelf verlagen, stopzetten of tijdelijk pauzeren zolang je in dienst bent.
Wel kun je in sommige pensioenregelingen vrijwillig extra premie inleggen om meer pensioen op te bouwen. Of die mogelijkheid bestaat, hangt af van de regeling van je werkgever en de pensioenuitvoerder.
Tijdelijk stoppen met pensioenopbouw is meestal alleen mogelijk in uitzonderlijke situaties, zoals bij onbetaald verlof of een wijziging van het dienstverband. Het is daarom verstandig om goed inzicht te hebben in de gevolgen van keuzes voor je pensioen op de lange termijn.
Als je geen keuze maakt, kom je meestal automatisch in een standaard beleggingsprofiel terecht, vaak een neutrale lifecycle. Dat profiel is gemiddeld passend, maar niet altijd optimaal voor jouw persoonlijke situatie. Het is verstandig om minimaal één of twee keer per jaar te bekijken of je keuze nog aansluit bij je wensen en plannen.
Als je van baan wisselt, stopt de pensioenopbouw bij je oude werkgever. Het opgebouwde pensioen blijft staan bij de oude uitvoerder. Bij je nieuwe werkgever start je meestal in een nieuwe pensioenregeling. Het is belangrijk om beide regelingen met elkaar te vergelijken. Kijk naar de hoogte van de premie, het soort regeling en de dekking bij overlijden. Soms is het verstandig om je oude pensioen over te dragen naar de nieuwe regeling. Soms is het beter om het te laten staan. De belangrijkste vraag blijft of je totale pensioen later voldoende is om van te leven.
Waardeoverdracht betekent dat je het opgebouwde pensioen bij je vorige werkgever meeneemt naar je nieuwe pensioenregeling. Je voegt als het ware pensioenpotjes samen. Dat kan overzichtelijk zijn en in sommige gevallen gunstig als de nieuwe regeling betere voorwaarden heeft of meer beleggingskeuze biedt. Er staat geen vaste termijn op waardeoverdracht. Je kunt dit ook jaren later nog aanvragen. Het is verstandig om vooraf te laten berekenen wat het effect is op je uiteindelijke pensioen.
Veel werkgevers hebben een andere pensioenregeling dan je vorige werkgever. Dat kan invloed hebben op de premie, de opbouw en de risico’s. De ene regeling is uitgebreider of duurder dan de andere. Het is daarom goed om niet alleen naar je salaris te kijken, maar ook naar de pensioenvoorwaarden. Een lager salaris met een betere pensioenregeling kan op lange termijn gunstiger zijn dan andersom.
Op zichzelf heeft vaak wisselen van baan geen directe negatieve invloed. Het gaat om de inhoud van de regelingen. Als je meerdere kleine pensioenpotjes opbouwt, kan het wel onoverzichtelijk worden. Het is dan extra belangrijk om regelmatig overzicht te houden en te beoordelen of waardeoverdracht wenselijk is.
Via Mijnpensioenoverzicht.nl kun je een compleet overzicht bekijken van al je opgebouwde pensioenen bij verschillende werkgevers. Ook zie je hier hoeveel AOW je later kunt verwachten. Veel mensen willen hiermee inzicht krijgen of ze straks genoeg pensioen hebben.
Daarnaast ontvang je ieder jaar van je pensioenuitvoerder een Uniform Pensioenoverzicht (UPO). Hierin staat:
- Wat je tot nu toe hebt opgebouwd
- Wat je kunt verwachten als je in dezelfde regeling blijft
- Wat er geregeld is bij overlijden of arbeidsongeschiktheid
Het is verstandig om deze overzichten goed te bewaren en regelmatig te controleren of alle gegevens kloppen. Zo voorkom je verrassingen later.
De vraag of je genoeg pensioen hebt, hangt vooral af van jouw persoonlijke situatie en wensen. Voldoende pensioen betekent dat je na je pensionering je vaste lasten én je gewenste levensstijl kunt blijven betalen.
Een praktische manier om dit te beoordelen, is door te kijken naar je huidige netto maandinkomen. Als je straks ongeveer hetzelfde netto bedrag kunt besteden als nu, is de kans groot dat je comfortabel kunt blijven leven.
Houd daarbij wel rekening met veranderingen in je uitgaven:
- Sommige kosten vallen weg, zoals woon-werkverkeer en pensioenpremie
- Andere kosten kunnen juist stijgen, bijvoorbeeld zorgkosten of hobby’s
Omdat iedere situatie anders is, geeft een persoonlijke berekening meer zekerheid dan een algemene richtlijn. Zo krijg je een realistisch beeld van wat jij straks écht nodig hebt.
Bij Pensioenvizier helpen wij je graag om dit inzichtelijk te maken met een persoonlijke berekening die aansluit op jouw situatie en wensen.
Het is verstandig om je pensioen opnieuw te bekijken bij belangrijke veranderingen in je leven. Denk bijvoorbeeld aan trouwen, samenwonen, scheiden, het krijgen van kinderen, het kopen van een huis of het veranderen van baan.
Ook als je twijfelt of je pensioen later voldoende is, kan professioneel advies veel rust en duidelijkheid geven.
Hoe eerder je inzicht krijgt in je pensioensituatie, hoe meer mogelijkheden je hebt om bij te sturen. Kleine aanpassingen op jonge leeftijd kunnen op de lange termijn een groot verschil maken.
