Nabestaandenpensioen voor werknemers kan worden uitgekeerd wanneer iemand met een pensioenregeling overlijdt. Het bestaat doorgaans uit:
- Partnerpensioen: voor de echtgenoot, geregistreerd partner of, onder bepaalde voorwaarden, samenwonende partner.
- Wezenpensioen: voor de kinderen van de overledene.
Of er recht bestaat op een uitkering en hoe hoog deze is, hangt af van de pensioenregeling en de situatie op het moment van overlijden. Daarom is het belangrijk om vooraf te controleren wat er voor jouw partner en kinderen is geregeld.
Niet altijd. Bij veel pensioenregelingen is het nabestaandenpensioen op risicobasis verzekerd. In dat geval kan de dekking stoppen wanneer je uit dienst gaat.
Bij een baanwisseling is het daarom belangrijk om te controleren hoe het nabestaandenpensioen is geregeld. De voorwaarden bij je nieuwe werkgever kunnen namelijk anders zijn.
Lees meer over nabestaandenpensioen en wanneer je hier recht op hebt.
Bij een scheiding kan een deel van het opgebouwde partnerpensioen voor de ex-partner bestemd blijven. Dit heet bijzonder partnerpensioen.
Dit kan gevolgen hebben voor het nabestaandenpensioen van een eventuele toekomstige partner. Daarom is het belangrijk om bij een scheiding te bekijken wat er met het pensioen gebeurt en eventuele afspraken goed vast te leggen.
De nieuwe pensioenwet verandert de manier waarop veel werknemers pensioen opbouwen. Veel regelingen gaan over naar een systeem met een persoonlijk pensioenvermogen, waarbij het uiteindelijke pensioen meer afhankelijk is van beleggingsresultaten.
Voor werknemers met een beschikbare premieregeling verandert minder. Wel verandert het nabestaandenpensioen: dit wordt gebaseerd op een percentage van het salaris in plaats van het aantal dienstjaren.
In de meeste gevallen hoef je zelf niets te regelen wanneer je pensioenregeling overgaat naar het nieuwe pensioenstelsel. Je pensioenuitvoerder informeert je over wat er verandert.
Het is wel belangrijk om deze informatie goed te bekijken. De nieuwe regels kunnen invloed hebben op hoe je pensioen wordt opgebouwd, je verwachte pensioen en de risico’s binnen je regeling. Controleer daarom regelmatig of je pensioen nog aansluit bij jouw persoonlijke situatie.
In het nieuwe pensioenstelsel wordt je pensioen meer afhankelijk van beleggingsresultaten. Goede resultaten kunnen leiden tot een hoger pensioen, terwijl tegenvallende resultaten een lager pensioen kunnen betekenen.
Risico’s rond overlijden en arbeidsongeschiktheid blijven in veel regelingen gezamenlijk verzekerd, bijvoorbeeld via partner- en wezenpensioen en premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid.
Je AOW gaat in op je wettelijke AOW-leeftijd en kun je niet eerder laten ingaan. Wil je eerder stoppen met werken? Dan kun je je aanvullende pensioen vaak wel eerder laten ingaan.
Houd er rekening mee dat eerder stoppen meestal betekent dat je pensioenuitkering lager wordt. Later met pensioen gaan kan juist voor een hogere uitkering zorgen. Welke keuze past, hangt af van je financiële situatie, gezondheid en persoonlijke wensen.
Lees meer over eerder stoppen met werken en wat dit financieel betekent.
Als je eerder met pensioen gaat, wordt je maandelijkse pensioenuitkering lager omdat je pensioen over een langere periode moet worden uitgekeerd.
Met Deeltijdpensioen kun je geleidelijk afbouwen. Je werkt bijvoorbeeld minder dagen en laat tegelijkertijd een deel van je pensioen uitkeren. Dit moet wel passen binnen je pensioenregeling en worden afgestemd met je werkgever.
Bij een vaste pensioenuitkering ontvang je iedere maand een vast bedrag. Dit geeft zekerheid over je inkomen.
Bij een variabele pensioenuitkering blijft een deel van je pensioenvermogen belegd. Hierdoor kan je uitkering stijgen bij goede beleggingsresultaten, maar ook dalen als de resultaten tegenvallen.
Welke keuze het beste past, hangt af van hoeveel zekerheid je wilt en hoeveel risico je kunt en wilt nemen.
Dat hangt af van het type regeling. Bij veel pensioenfondsen heb je weinig individuele keuze. De regeling ligt vast en de beleggingen worden collectief geregeld. Bij een beschikbare premieregeling via een verzekeraar of PPI kun je vaak wel kiezen. Je kiest dan bijvoorbeeld voor een defensieve, neutrale of offensieve beleggingsstrategie. Een offensieve keuze kan op lange termijn meer opleveren, maar kent grotere schommelingen. Een defensieve keuze geeft meer stabiliteit, maar vaak een lager verwacht rendement. Het is belangrijk dat de keuze past bij je leeftijd, je financiële situatie en je risicobereidheid. In veel regelingen kun je ook vrijwillig extra premie inleggen om meer pensioen op te bouwen.
Als je werkgever een pensioenregeling aanbiedt, ben je meestal verplicht om deel te nemen. Pensioen is namelijk onderdeel van de arbeidsvoorwaarden. Je kunt de premie daarom doorgaans niet zelf verlagen, stopzetten of tijdelijk pauzeren zolang je in dienst bent.
Wel kun je in sommige pensioenregelingen vrijwillig extra premie inleggen om meer pensioen op te bouwen. Of die mogelijkheid bestaat, hangt af van de regeling van je werkgever en de pensioenuitvoerder.
Tijdelijk stoppen met pensioenopbouw is meestal alleen mogelijk in uitzonderlijke situaties, zoals bij onbetaald verlof of een wijziging van het dienstverband. Het is daarom verstandig om goed inzicht te hebben in de gevolgen van keuzes voor je pensioen op de lange termijn.
Als je geen keuze maakt, kom je meestal automatisch in een standaard beleggingsprofiel terecht, vaak een neutrale lifecycle. Dat profiel is gemiddeld passend, maar niet altijd optimaal voor jouw persoonlijke situatie. Het is verstandig om minimaal één of twee keer per jaar te bekijken of je keuze nog aansluit bij je wensen en plannen.
Als je van baan wisselt, stopt de pensioenopbouw bij je oude werkgever en blijft het opgebouwde pensioen in principe bij de oude pensioenuitvoerder staan.
Bij je nieuwe werkgever start je meestal met een nieuwe pensioenregeling. Je kunt ervoor kiezen om je oude pensioen over te dragen naar je nieuwe regeling. Dit heet waardeoverdracht. Of dit verstandig is, hangt af van de verschillen tussen beide pensioenregelingen.
Waardeoverdracht betekent dat je het opgebouwde pensioen bij je vorige werkgever overdraagt naar de pensioenregeling van je nieuwe werkgever. Zo voeg je verschillende pensioenen samen.
Of dit verstandig is, hangt af van de verschillen tussen je oude en nieuwe pensioenregeling. Overdragen kan meer overzicht geven, maar hoeft niet altijd voordeliger te zijn. Vergelijk daarom eerst beide regelingen en kijk naar het effect op je uiteindelijke pensioen.
Pensioenregelingen kunnen per werkgever verschillen. Dat kan invloed hebben op de premie, pensioenopbouw en de risico’s die zijn verzekerd.
Vergelijk daarom bij een nieuwe baan niet alleen je salaris, maar ook de pensioenvoorwaarden. Een goede pensioenregeling kan een belangrijk onderdeel zijn van je totale arbeidsvoorwaarden.
Lees meer over waardeoverdracht en het vergelijken van pensioenregelingen.
Vaak wisselen van baan heeft op zichzelf niet direct een negatieve invloed op je pensioen. Het gaat vooral om de pensioenregelingen die je bij verschillende werkgevers hebt.
Wel kun je door meerdere werkgevers verschillende pensioenpotjes opbouwen, waardoor het onoverzichtelijk wordt. Het is daarom verstandig om je pensioen regelmatig te controleren en te bekijken of waardeoverdracht interessant is.
Op Mijnpensioenoverzicht.nl vind je een overzicht van je opgebouwde pensioen bij verschillende werkgevers en je verwachte AOW.
Daarnaast ontvang je van je pensioenuitvoerder een Uniform Pensioenoverzicht (UPO). Hierop zie je onder andere wat je hebt opgebouwd, wat je naar verwachting ontvangt en wat er is geregeld bij overlijden.
Het is verstandig om deze gegevens regelmatig te controleren, zodat je weet hoe je ervoor staat.
Of je voldoende pensioen hebt, hangt af van je persoonlijke situatie, vaste lasten en wensen voor later. Er bestaat daarom geen standaardbedrag dat voor iedereen voldoende is.
Kijk naar hoeveel je straks verwacht uit te geven en zet daar je AOW, pensioen en eventuele andere inkomsten of vermogen tegenover. Houd er rekening mee dat sommige uitgaven na pensionering verdwijnen, terwijl andere juist kunnen toenemen.
Zo krijg je een realistisch beeld van de vraag of jouw inkomen straks voldoende is om je gewenste levensstijl voort te zetten.
Lees hoe je kunt bepalen of je genoeg pensioen hebt.
Het is verstandig om je pensioen opnieuw te bekijken bij belangrijke veranderingen in je leven, zoals trouwen, samenwonen, scheiden, kinderen krijgen, een huis kopen of van baan veranderen.
Ook wanneer je twijfelt of je later voldoende pensioen hebt, kan pensioenadvies duidelijkheid geven. Hoe eerder je inzicht hebt, hoe meer mogelijkheden je hebt om bij te sturen.
Lees meer over pensioenadvies en wat dit over jouw situatie kan betekenen.
