Belastingboxen
Iedere ondernemer met inkomsten, heeft te maken met de belastingboxen van het belastingstelsel. Ook de belastingdienst werkt met het belastingboxen systeem. Voor verschillende soorten inkomsten zijn verschillende belastingboxen. Iedere box heeft verschillende belastingtarieven. Er zijn drie boxen (box 1, box 2 en box 3), die ieder bestaan uit het belastbaar inkomen van:
- het inkomen uit werk en woning.
- inkomen verkregen uit aanmerkelijk belang (ondernemers met een BV).
- inkomen uit sparen en beleggen.
Kijk voor een uitgebreidere uitleg van het boxensysteem op de site van de Belastingdienst. Hieronder zijn de twee belastingboxen, waarmee jij het meeste te maken hebt, verder uitgewerkt. Sparen voor later heeft als voordeel dat je nu meer fiscaal voordeel hebt en later minder belasting afdraagt. Dit noemen we de omkeerregel.
Box 1 Inkomen
Elke ondernemer met een inkomen valt voor de belastingdienst in box 1. In box 1 wordt er belasting betaald over het inkomen van de ondernemer. Het vermogen in deze box heet ook wel lijfrente. Sparen in de FOR kan sinds 1 januari 2023 niet meer. Fiscaal gunstig sparen voor later kan dus alleen privé in een lijfrente of via de werkgever met pensioen. De maximale hoogte van de lijfrente hangt af van het inkomen, de franchise en het reeds gespaarde pensioen. Dit wordt ook wel de jaarruimte genoemd. De formule voor het berekenen van de jaarruimte ziet er als volgt uit;
Jaarruimte (J) = Salaris – (Franchise lijfrente * 30%) – (6,27 * A-factor)
- Franchise lijfrente houdt in, het gedeelte van het inkomen waarover geen lijfrente opgebouwd kan worden. Dit heeft te maken met het feit dat iedereen een basispensioen krijgt in de vorm van AOW. Bijvoorbeeld franchise voor de lijfrente in 2026 is € 19.172;
- De A factor: Het bedrag van de aangroei van uw pensioen. Het pensioenfonds verstrekt jaarlijks een opgave op het Uniform Pensioenoverzicht (UPO).
Hieronder zijn de drie schijven met belastingpercentages gegeven:
- Tot € 38.883 – 35,75 %
- Van € 38.883 tot € 79.137 – 37,56 %
- Van € 79.137 en hoger – 49,50 %
Het team van PensioenVizier is kordaat, zorgvuldig en consciëntieus.
Eerste schijf:
Over de eerste € 38.883 betaal je 35,75 % belasting. Dit komt neer op een bedrag van €13.901
Tweede schijf:
Vervolgens betaal je van € 38.883 tot € 79.137 betaal je 37,56 % belasting. Dit komt neer op een bedrag van €15.119
Derde schijf
Als er daarna nog een bedrag over blijft betaal je 49,50 % over schijf 3.
Een van de kenmerken van een box 1 rekening (bancaire- of verzekeringslijfrente ) is dat het bedrag niet opneembaar is voor de AOW leeftijd. Dit houdt in dat als je geld nodig hebt voor pensioendatum, je dit vermogen niet aan kan spreken. Wil je toch geld opnemen uit je lijfrente dan belast de fiscus progressief met 49,5% plus een revisierente van 20%. Je houdt dan grofweg 30% van de som over….

Box 3-heffing 2026 in 6 begrijpelijke stappen
Geen hogere wiskunde, wel even opletten.
Laten we box 3 niet groter maken dan ’ie is. Het gaat tenslotte om uw vermogen, niet om een belastingthriller. Zo werkt het in 2026.
Stap 1 – Wat heeft u eigenlijk?
Op 1 januari 2026 maakt u de balans op.
U telt al uw bezittingen bij elkaar op: spaargeld, beleggingen, een tweede woning (uw eigen huis telt niet mee).
Daar trekt u uw schulden van af.
Wat overblijft? Dat is uw vermogen volgens box 3.
Stap 2 – De vrijstelling: dit stukje is van u
Niet alles wordt belast. Gelukkig maar.
Het vermogen waarover je geen belasting hoeft te betalen is in 2026 € 59.357 of € 118.714 samen met jouw fiscaal partner.
Wat boven dit bedrag uitkomt, heet officieel de grondslag sparen en beleggen. Ik noem het liever: “het deel waar de Belastingdienst naar kijkt”.
Stap 3 – Alles in het juiste vakje
Nu wordt het vermogen verdeeld over drie categorieën:
- Spaargeld (bank- en spaarrekeningen)
- Overige bezittingen (zoals beleggingen en verhuurd vastgoed)
- Schulden (boven een bepaalde drempel)
Dit is belangrijk, want elke categorie krijgt een ander rendement toegerekend.
Stap 4 – Het fictieve rendement (doen alsof)
De Belastingdienst kijkt niet naar wat u écht heeft verdiend, maar naar wat u volgens hen had kúnnen verdienen.
Voor 2026 geldt:
- Spaargeld: percentage wordt pas begin 2027 vastgesteld (op basis van de gemiddelde spaarrente)
- Overige bezittingen: dit percentage staat meestal eerder vast (denk aan ongeveer 6% in rekenvoorbeelden)
- Schulden: ook hier een vastgesteld percentage (bijvoorbeeld 2,7%)
Rekenen mag, klagen helpt niet.
Stap 5 – Alles bij elkaar optellen
De rendementen uit de drie categorieën telt u bij elkaar op.
Dit totaal heet het voordeel uit sparen en beleggen.
Mooi woord voor: “hierover gaat u belasting betalen”.
Stap 6 – De eindafrekening
Over dat totale voordeel betaalt u in 2026 36% belasting.
Dat is de box 3-heffing.
Tot slot
Wilt u het uzelf makkelijk maken? De Belastingdienst biedt een rekenhulp box 3 aan bij de aangifte.
En twijfelt u of u het slim heeft ingericht? Dan is even meekijken vaak goedkoper dan achteraf balen.
Meer weten over het belastingstelsel?
Wil jij meer weten over belastingboxen? Of andere pensioen gerelateerde zaken? Dat kan, neem contact met ons op via 088 9000 900 of klik hier om naar onze contactpagina te gaan.
